Hoofdartikel

Ongeregeldheden bij de eindexamens in Kongo

 

Beste lezers, dit jaar hadden we als thema van onze vormingsactiviteiten gekozen: “De mens promoveren in zijn waardigheid”. De mens toch is de grootste schat, die ons land rijk is.

Nu dit jaar ten einde loopt, willen we er nogmaals op wijzen, zoals we deden in al de nummers van onze Munyaku, dat de grootste rijkdom van het land niet bestaat in geld, noch in mooie huizen, noch in vliegtuigen en automobielen. Nee, de grote rijkdom is de mens, en wel de echte mens, dwz gevormd in waardigheid. Hij is trouwens de maker en de bestuurder van al die dingen. En dat betekent ook, dat al deze dingen tot niets dienen in de handen van dwaze en mislopen mensen. Zonder serieuze mensen zijn die dingen dus helemaal geen rijkdom voor een land.

Welnu, nadat we al op verschillende kwalen hebben gewezen, die de waardigheid van de mens bedreigen in onze Kongo, willen we het deze keer hebben over de staatsexamens.

Welk is het doel van de examens, waaraan we de jeugd onderwerpen?

Wat ons betreft, willen we met die examens testen, wat onze kinderen op school hebben geleerd en in hoeverre ze zich daar met ijver op hebben toegelegd. Aan hen, die op beide punten slagen, willen we tenslotte proficiat wensen. En dat is nog niet alles. We hebben nog een ander doel met die examens: We willen dat studenten zich op de studie toeleggen met het oog op de examens, en zo groeien in ijver en volharding; want dat zijn menselijke waarden.

Dit doel kunnen we maar bereiken, als de examens op een serieuze manier verlopen, zonder bedrog en zonder ongeregeldheden. En wij vragen u: is dat wel het geval bij de staatsexamens in Kongo?

Schaamte moet ons niet weerhouden, om hier de waarheid te zeggen.

We weten allemaal hoe het eraan toe gaat op de examens op het einde van zowel het middelbaar als het lager onderwijs. Ja ja, “Cinkondia’a ndimba wa kutapa ciaji cia ngaji e kucipana ku manyi”; het ene zeggen en het ander doen. Er gebeuren tal van ongeregeldheden. En, wat nog erger is: iedereen die met die examens te maken heeft, is er schuld aan.

De examinatoren, door de Staat aangesteld, willen alleen maar extra geld opstrijken. Ze verkopen de vragen op voorhand. Daarom zien we die al circuleren voor de examens begonnen zijn. Dat gebeurt alle jaren. De Staat weet het, maar doet er niks aan.

De directeurs en de leerkrachten van de scholen lopen om het hardst om geld te in te zamelen voor het omkopen van de examinatoren.

De studenten zelf, omdat ze weten dat ze bij de examens hulp krijgen en anderen voor hen de vragen zullen beantwoorden, leggen zich niet op de studie toe. Ze leren niet en krijgen zo tijd voor wangedrag. Ze beginnen maar op te letten, als de examens voor de deur staan. Dan zie je ze verdwijnen in de brousse; daar zijn verborgen huisjes. Ze zeggen: “We gaan in afzondering in voorbereiding van de examens”. In het Frans noemen ze dat “Maquis”. Ze hebben al jaren voor hen hetzelfde zien gebeuren. En de diploma’s werden toch behaald. Daarom lachen ze met ijverige studenten.

Maar ook de ouders hebben schuld. Ze betalen al het geld dat gevraagd wordt voor de omkoperij. Wat ze willen is, dat hun kinderen een diploma krijgen. Hun opvoeding telt helemaal niet mee.

Tenslotte dit: Wij allemaal, of we er nou rechtstreeks mee te maken hebben of niet, we hebben allemaal vuile handen: Staat, Kerk, geloofsgenootschappen, scholen, ouders, iedereen.

Maar als het zo is, moeten we dit dan nog examens noemen of spel. En als het maar spel is, is het hoog tijd om ons af te vragen: “Wie heeft er het recht om met de opvoeding van onze kinderen te spelen?”

Ja mensen, wij hebben er wat van gemaakt, van onze Kongo. We bederven alles; we hebben van ons land een karikatuur gemaakt tussen andere landen: een hongerende Kongo, een slonzige Kongo, een armoedige Kongo, een Kongo in oorlog; en nu ook nog een Kongo, bederver van zijn eigen kinderen. Ons dieven– en omkopersgedrag is voor onze kinderen een barrière geworden op de weg van hun ontwikkeling. Kinderbedervers zijn we, en bedervers van ons eigen land.

 

Maar waar gaan we naar toe? Hebben jullie er wel eens over nagedacht, hoe het er hier zal uitzien over vijftig jaar, als alles zo doorgaat?

Onze voorouders zeiden: “Verzorg je jonge palmbomen; de oudere moet je straks toch missen (behoren al aan een ander)”. Dwz. De hoop voor de toekomst leg die bij je kinderen; de ouderen zijn al op weg naar de schepper.

Jullie volwassenen, als jullie dit begrepen hebben, moeten jullie ophouden met de grond uit te putten, zodat onze kinderen die erop moeten leven, alleen nog onkruid vinden en doornen.

 

“Elkaar de waarheid zeggen,
hoeft niet de verhoudingen te verstoren.”